Onlangs speelde Ton Koopman op het Bachorgel in de Dordtse Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk als toegift ‘Ich ruf’ zu dir, Herr Jesu Christ’ van Joh.S. Bach (BWV 639).
Dat korte orgelwerk ontroerde mij zeer. Ik dacht daar later over na. Waarom was dat?
Was dat de toonsoort, die wat lamentabel aandoet? Waarschijnlijk wel.
Maar ik denk ook aan iets anders: dat beide handen en de voeten hun eigen melodielijn hebben.
De ene melodielijn bestaat uit lange noten, de andere uit korte, zestiende noten, en weer een andere uit een uitkomende stem. Iedere lijn vertelt zijn eigen verhaal zonder elkaar in de weg te zitten.
De loop van de ene melodie houdt rekening met die van de andere.
Houdt even in zodat de andere kan komen, of gaat voor de andere uit om later gelijk uit te komen.
Een beweging zoals die uit het Paasevangelie, waarin de ene leerling vooruit loopt om daarna de andere voor te laten gaan bij het graf.
Eenzelfde soort ontroering heb ik bij het kunstschaatsen waar een kür wordt geschaatst door een paar.
Bij het ene onderdeel zijn beiden verstrengeld wanneer ze om elkaar heen draaien. Bij een ander onderdeel werpt de een de ander boven zich uit, die na een rotatie zelfstandig landt. De schoonheid zit ‘m in het volledig op elkaar afgestemd zijn in de individuele bewegingen.
Ook de duetten in de zang zijn altijd weer indrukwekkend.
Denk bijvoorbeeld aan het korte duet van Esther en koning Ahasveros in het ‘Esther Oratorio’ van G.F. Händel (HWV 50).
Toen ik het hoorde zingen in de Zuider- of St. Pancraskerk in Enkhuizen was ik verrukt om zoveel schoonheid.
Aan het begin zingt de een en dan wacht de ander en omgekeerd. Totdat beide zangstemmen tegelijk ieder hun eigen melodie zingen.
Je zou kunnen zeggen dat net als bij het schaatsen beide stemmen eerst om elkaar heen draaien, dan naar elkaar toe bewegen om uiteindelijk in elkaar verstrengeld te raken.
Een verstrengeling in een relatie kan giftig zijn en zelfs schade teweegbrengen.
Dat gebeurt als de eigenheid van een van beide partners oplost en niet meer te onderscheiden is van die van de ander.
Maar een verstrengeling kan ook een uiting van pure schoonheid zijn als de eigenheid die er was, toen zij nog om elkaar heen draaiden, bij hun nadering behouden blijft.
Ook in de kerk is die schoonheid te zien.
Ik denk dan aan de momenten dat de een de kunst verstaat om voor de ander uit te lopen, dan de pas in te houden om de ander voor te laten gaan.
Uit de snelheid van het voorop lopen spreekt passie om hoger te komen, verder te geraken.
Uit het wachten spreekt waardering en achting voor de ander.
Beide bewegingen zijn nodig om de gemeenschap door de liefde van Christus tot bloei te laten komen.
Want die liefde beweegt de ene keer boven allen uit en de andere keer diep onder allen door om zo in de diepte het ankerpunt te vormen van al hun bewegingen.
De kunst van gemeente zijn is, dat de diverse partners in de relatie de verschillende bewegingen begrijpen van het goddelijk mysterie van de liefde van Christus, tot het punt dat we er zelf geheel vervuld van zijn.
Paulus beschrijft die beweging van toenadering en verstrengeling als volgt: ‘Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja, de liefde van Christus kennen die alle theorie te boven gaat, opdat u geheel vervuld zult worden van de volheid van God.’
Pastoor Henk
Als u wilt kunt u hieronder de genoemde werken beluisteren:

