Het jaarlijkse PISA-onderzoek onder jongeren in bijna honderd landen heeft aangetoond dat 15-jarigen in Nederland nog meer dan in voorgaande jaren presteren onder het minimale basisniveau voor leesvaardigheid.
Geldt dat alleen voor het lezen? Naast lezen zijn er ook andere taalvaardigheden, zoals luisteren, spreken en schrijven. Deze zijn niet onderzocht.
Maar ik vermoed dat het basisniveau van deze andere talige vaardigheden ook wel eens kan zijn afgenomen. Een gesprek voeren vormt namelijk een steeds grotere uitdaging voor hen voor wie communiceren vooral bestaat uit het turen naar een beeldscherm, het hapsnap informatie tot zich nemen en het reageren met een paar woorden die vaak niet meer zijn dan halve zinnen.
Lijdt de gemeenschap van de Oud-Katholieke Kerk schade door deze ontwikkeling?
Dat zou zo maar kunnen. De hoofdmoot van wat de leden van deze gemeenschap samenbindt is namelijk taal. Een afname van taligheid, een gevoeligheid voor het luisteren en het lezen van het gesproken respectievelijk geschreven woord, vermindert ook het vermogen om een door taal opgeroepen werkelijkheid gezamenlijk te beleven.
Tenzij het andersom is. Dat dit vermogen van de mensen juist verder ontwikkeld wordt in een gemeenschap die een nieuwe werkelijkheid viert en die communiceert in kleurrijke beeldspraak, in verhalen en gedichten, in gelijkenissen en in rituelen en symbolen.
De taal die in de vierende gemeenschap wordt gepraktiseerd is namelijk performatief (= door woorden schep je een werkelijkheid): ze schept een werkelijkheid die zij verbeeldt. En ze is transformatief (= veranderend en doet innerlijk groeien): degenen die haar bezigen krijgen deel aan deze andere, nieuwe werkelijkheid.
Ik denk dat de tweede mogelijkheid het geval is. Dat kan verklaren waarom juist kunstenaars, dichters en schilders, musici en andere talige mensen de kerkelijke vieringen zo waarderen. En waarom een veel grotere kring van mensen herademen en zich herstellen in de taal van de liturgie.
Ongeacht de afgenomen vaardigheden blijft de mens een talig wezen. De taal is namelijk meer dan een vaardigheid. Ze is een kwaliteit bij uitstek die hoort bij het menszijn, bij zijn bestaan.
Dat bewijst de bijbel vanaf de eerste bladzijde: Daar dankt het prototype van de mens zijn bestaan aan het spreken van God en wordt hij/zij geschapen uit taal die tot stand brengt wat het beoogt: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken!’ (performatief) en ‘God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem.’ (transformatief, zie Genesis 1,26 en 27).
Pastoor Henk

